Het patriarchaat op de helling

In heel Europa was de 19e eeuw er een van grote tegenstellingen en ingrijpende veranderingen op meerdere fronten. Darwins evolutietheorie wierp de nodige vraagtekens op over Gods sturende kracht in de wereldorde, de opkomende industrialisatie veranderde de invulling van werk en de behoefte aan arbeidskrachten, politieke en sociale verschuivingen wonnen aan kracht, medische vooruitgang (zoals de ontdekking van de vrouwelijke eicel) deed de rol van de man als schepper wankelen etc. Al met al een roerige tijd waarin bij stukjes en beetjes de absolute autoriteit van de man werd ondergraven.

; 1864 in de verfilming door Ole Bornedal (2015)


Voor Denemarken kwam daar in 1864 nog de nederlaag bij in het gewapende conflict over de status van de hertogdommen Sleeswijk en Holstein. Niet alleen kreeg het nationaal bewustzijn daarmee een gevoelige knauw, het had ook directe gevolgen voor de man-vrouwrelatie. Duizenden gesneuvelde mannen en een veelvoud aan gewonden maakten dat er in korte tijd een gigantisch vrouwenoverschot ontstond, nog versterkt door het gegeven dat veel jonge mannen in die periode uit armoede naar Amerika emigreerden. Ineens was het niet langer vanzelfsprekend dat elke vrouw haar bestemming in het huwelijk en het gezin zou vinden. Ze moesten simpelweg aan het werk om de kost te verdienen. En dat in een maatschappij die daar helemaal nog niet op was ingesteld.

Georg Brandes en ‘det moderne gennembrud’

Al gaat dit weblog in de eerste plaats over vrouwelijke schrijvers, ik mag toch niet voorbijgaan aan de man die het gezicht van de literatuur in Denemarken aan het eind van de 19de eeuw heeft bepaald: de schrijver, literatuurhistoricus en -criticus Georg Brandes (1842-1927).

b

Georg Brandes, door Liselotte Hildernisse, schets in grafiet en krijt naar een originele afbeelding (2022).

Op zijn reis door Europa in de jaren 1865-70 was Brandes in aanraking gekomen met stromingen als het realisme, impressionisme en naturalisme (zoals in het werk van Émile Zola) Dit had hem doen inzien dat Denemarken qua culturele ontwikkeling al snel 40 jaar achterliep en dringend toe was aan hervorming en vernieuwing. De taak die hij voor zichzelf en andere auteurs zag, kan samengevat worden in de gevleugelde woorden die uitgroeiden tot het adagium van een nieuwe generatie auteurs in Scandinavië die tot de literaire beweging van ‘det moderne gennembrud’ (de moderne doorbraak) gerekend worden:

at sætte problemerne under debat (problemen ter discussie stellen)

In 1871 hield Brandes een serie lezingen aan de universiteit van Kopenhagen over de hoofdstromingen in de 19e eeuwse literatuur die een radicale doorbraak in de richting van het realisme betekenden. Brandes vond veel aanhang onder de intellectuele elite in Kopenhagen maar stuitte – uiteraard – op tegenstand vanuit conservatieve kringen. Hij wilde de samenleving intellectueel wakker schudden met het begrip ‘vrijheid’ als motto: de vrijheid en emancipatie van het individu tegenover de conventionionele autoriteit (ook die van de religie), vrijheid van onderzoek, vrijheid van denken maar ook vrije seksualiteit. Brandes pleitte voor gelijkstelling tussen de beide seksen, zowel met betrekking tot juridische gelijkberechtiging als tot de seksuele moraal. Deze laatste kwestie resulteerde tussen 1880-1890 in een verhitte polemiek , de ‘sædelighedsfejde’ (zedelijksheidsdebat) waarbij de dubbele moraal die voor mannen en vrouwen werd gehanteerd aan de kaak werd gesteld. Daarin verschilde Denemarken niet van andere Europese landen: mannen hadden veel meer seksuele vrijheden dan vrouwen. Hier kom ik in in een later blog nog nader op terug
Al met al was Brandes met zijn vrijdenkersradicalisme en herwaardering van traditionele instituten als kerk en huwelijk een controversieel figuur die velen tegen de haren instreek. Zijn radicale, door sommigen als atheïstisch bestempelde ideeën en met name zijn pleidooi voor vrije seksualiteit vormden samen met zijn Joodse achtergrond een beletsel voor een aanstelling als professor aan de universiteit van Kopenhagen waardoor hij rond 1880 een aantal jaren uitweek naar het liberalere Berlijn.

Mannenbolwerk

De term ‘det moderne gennembrud’ werd in dit overzichtswerk uit 1883 gemunt

In Det moderne gennembruds mænd (de mannen van de moderne doorbraak) worden, zoals de titel al zegt, geen vrouwelijke auteurs beschreven. Ook elders in zijn omvangrijke oeuvre schitteren de vrouwen door afwezigheid. De reden? Vrouwen zijn in zijn ogen niet in staat echte kunst voort te brengen (sic).
Misschien is het dan ook wel terechter om zijn emancipatorische houding wat te nuanceren. Al beleed hij in woord en geschrift een volwaardige rol van de vrouw, als man van zijn tijd was hij toch nog geworteld in het patriarchaat, wat die dubbelheid kan verklaren. Als het ware was hij een ‘verlicht patriarch’ .

Uiteraard kwam de vrouwenkwestie in deze periode niet uit de lucht vallen. Denk aan het werk van feministen avant la lettre als de Franse George Sand en iets later de Engelse George Eliot. Beide ‘Georgen’ zijn trouwens mannelijke pseudoniemen van respectievelijk Amantine Dupin en Mary Ann Evans. Scandinavië volgde met de anonieme uitgave van Mathilde Fibigers briefroman Clara Raphael Tolv Breve (Clara Raphael twaalf brieven) in 1851 en Camilla Colletts roman Amtmannens døtre (de dochters van de districtsgouverneur) in 1854/5. Fibiger en Collett pleitten beiden op hun eigen manier voor een geestelijke gelijkwaardigheid tussen man en vrouw met de nadruk op een goede opleiding voor vrouwen die recht zou doen aan hun talent, kwaliteiten en capaciteiten. Daarmee zou hun beroepsmatige horizon kunnen verbreden en zouden ze niet langer als een soort tweederangs burger als lerares (gouvernante. muzieklerares, privélerares) voor een appel en een ei hoeven te sappelen. Voor een ongehuwde vrouw uit de stedelijke middenklasse, die doorgaans alleen thuisonderwijs had genoten, waren dit eigenlijk de enige beroepsmatige mogelijkheden die acceptabel waren.
In een apart blog kom ik nog uitgebreid op Mathilde Fibiger terug, maar ik kan hier alvast vermelden dat deze moedige maar niet zo diplomatieke jonge vrouw met haar werk vooral onbegrip en verontwaardiging opriep.

Ook mannelijke auteurs namen deel aan het debat over de vrouwenkwestie. In Engeland verscheen in 1867 The Subjection of Women van J.S. Mill dat Brandes in 1869 in Deense vertaling uitbracht: Kvindernes Underkuelse (de onderwerping van vrouwen), waarmee hij in feite een pleitbezorger van deze kwestie bij uitstek leek te zijn. In dit essay legt Mill uit waarom vrouwen gelijkwaardig aan de man zouden moeten zijn en waarom dat in de praktijk toch niet zo is. Deze kwestie won in Denemarken met de oprichting van de vrouwenbeweging (Dansk Kvindesamfund) in 1871 aan actualiteit en achterban. Brandes droeg de vrouwenbeweging een warm hart toe, wilde er ook als orgaan voor dienen, maar de vrouw als kunstenaar, als artistiek talent was wat hem betreft toch een ander chapiter zoals hierboven aangegeven, Zo spreekt zijn behoorlijk snerende opmerking over Camilla Colletts Amtmannens døtre, dat het werk voltooid is door H. Ibsen met een ‘mannelijke en krachtige hand’, boekdelen. Brandes stond in zijn visie op vrouwelijke auteurs niet alleen. Ook andere literatuurcritici zoals zijn broer Edvard en ook Erik Skram, auteur, criticus en latere echtgenoot van de (Noorse) schrijfster Amalie Skram, waren deze mening toegedaan. Waren er dan geen vrouwelijke recensenten die wat tegenwicht hadden kunnen bieden? Die waren er wel degelijk, maar ook op dit vlak wreekte zich het opleidingsverschil tussen de seksen. Geen van de vrouwelijke recensenten had een academische opleiding genoten in tegenstelling tot hun mannelijke collega’s, wat hun zeggingskracht binnen het mannenbolwerk had kunnen verhogen.

4 gedachten over “Het patriarchaat op de helling

  1. Toen in de jaren ’80 van de vorige eeuw de recentelijk overleden Liesbeth Brandt Corstius als directeur van Gemeentemuseum Arnhem besloot de ene helft van alle aan te kopen kunst van vrouwelijke en de andere helft van mannelijke kunstenaars te kopen, was de ‘running gag’: ‘vijftig procent kunst en vijftig procent vrouwen’. Ook toen dacht men nog dat vrouwen geen echte kunst konden maken. Gelukkig is daar dankzij groepen moedige vrouwen verandering in gekomen!

  2. Pingback: Een frisse en energieke wind door het ingesnoerde vrouwenbestaan | vertaalschetsen.nl

  3. Pingback: Het verdriet van Dybbøl | vertaalschetsen.nl

  4. Pingback: ChatGPT als ‘gastauteur’ | vertaalschetsen.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *