Op zoek naar Torelore (2) – Het groene eiland

Karin Michaëlis. Aquarel door mijzelf.

Het vorige bericht, Torelore 1, is een reconstructie van het leven van de auteur Karin Michaëlis, waarbij ik wilde laten zien hoe leven, ideologie en werk bij haar nauw verweven waren. Deel 1 gaat ook over Torelore, symbool van een vreedzame wereld.
In het jeugdboek Den grønne ø, (Het groene eiland) lijkt alles wat Karin Michaëlis dreef en vormde min of meer samen te komen. Het zou een van haar laatste romans worden. Daarna zette ze zich tijdens WOII als een ware ambassadeur voor een betere wereld onverdroten in voor het uitdragen van de vredesgedachte via lezingen en reportages voor kranten en tijdschriften. Na de oorlog was het tijd om de balans van een leven op te maken in de Engelstalige autobiografie Little troll gevolgd door een lijvige, driedelige Deense autobiografie Vidunderlige verden (Fantastische wereld).
Maar nu in dit bericht dan de schijnwerpers op de fenomenale roman Den grønne ø die in mijn ogen niet onderdoet voor een klassieker als Robinson Crusoë.

Lees verder

Op zoek naar Torelore (1) – Een schrijversportret van Karin Michaëlis

Karin Michaëlis kijkt uit over het water bij Thurø.

Sommige boeken zuigen je mee om je daarna niet meer los te laten. Dat overkwam me bij het lezen van het jeugdboek Den grønne ø (Het groene eiland) van Karin Michaëlis.
Hoe bijzonder is het dan om op de plek te staan waar de auteur over het water uitkeek en inspiratie opdeed. Om het huis Torelore te zien waar ze zoveel meemaakte, het bureau waaraan ze schreef.
Ik was op Thurø, een klein eilandje ten zuiden van Funen, dat het decor vormde voor deze fascinerende roman.

Deze keer een tweeluik: in dit bericht wil ik vooral een beeld schetsen van de wereld en de drijfveren van Karin Michaëlis, waarbij haar driedelige autobiografie Vidunderlige Verden (Fantastische wereld) een rijke bron van informatie was.
In deel 2 staat Den grønne ø centraal.

Lees verder

Van engel tot bengel in honderd jaar jeugdlectuur

Jeugdlectuur. Wat is dat eigenlijk? Van Dale noemt het net als jeugdliteratuur “boeken speciaal voor jongeren”. Een ruim begrip dus waar je alle kanten mee op kunt. Begrijpelijk is die vage afbakening wel – kinder- en jeugdboeken kunnen immers een heel divers gebied van lering tot vermaak bestrijken. Daarnaast beweegt het kindbeeld mee met de geest van de tijd.
Volgens mij is een kinder- of jeugdboek (voor het gemak schaar ik die aanduidingen verder onder de noemer ‘jeugdlectuur’ of ‘jeugdboeken’) pas een goed boek als het de taal van het kind spreekt, in thematiek en taalgebruik afgestemd op het ontwikkelingsniveau. Je wilt eigenlijk niets liever dan dat jongeren enthousiaste lezers worden en daardoor over de grenzen van hun eigen kleine wereldje heen leren kijken.
Op een van de bladwijzers die de lokale boekwinkel alhier met niet-aflatend optimisme in de boeken steekt, staat de tekst: Op een dag las ik een boek en mijn hele leven veranderde. Misschien een naïeve illusie maar het is wel een mooie gedachte. En hoe eerder je met lezen begint is dan des te beter, nietwaar. Gelukkig is er tegenwoordig een overstelpend aanbod jongerenboeken.
Maar hoe was dat vroeger eigenlijk? Had Denemarken in de negentiende eeuw wel een jeugdlectuur van enige betekenis? En welke rol speelden vrouwelijke schrijvers daarbij?

Lees verder

Een passiebloem tussen de kool

1850. De nagalm van Gyllembourgs pretentieloze alledaagse verhalen hing nog in de lucht. Resignatie en tevreden, vreedzaam huiselijk geluk waren het credo.
Tot plotseling december 1850 een heel ander, tot dan toe ongekend geluid de gemoederen danig in beroering bracht: de anonieme publicatie van een briefroman vol Jeanne d’Arc-achtige strijdbaarheid onder de titel Clara Raphael, Tolv Breve (Clara Raphael, twaalf brieven).

Lees verder

Petuhschnack op een Butterfahrt


Van Flensburg in Sleeswijk-Holstein met de veerboot over de Flensburgse fjord naar het Deense Sønderborg is een geliefd en snel alternatief voor de trein. Nu nog net zo goed als in de negentiende eeuw.
Toen ik dat reisje onlangs op de kaart zat uit te stippelen, moest ik denken aan het vroegere stadsdialect van Flensburg, dat wonderlijke Duits-Deense brabbeltaaltje dat mogelijk is ontstaan op de veerboten over de Flensburgse fjord.
Deze keer geen schrijversportret of boekbespreking maar een taalkundig uitstapje naar het Flensburg van de negentiende eeuw.

Lees verder

Verbittering als literair motief

De ramptoerist in ons smult stiekem soms wel van schandalen. Om daadwerkelijk van andermans persoonlijke tragedie te profiteren is wel weer een hele stap verder. Toch gebeurt het. Zeker in de literatuur. Denk aan Henrik Ibsen die de vrouwelijke hoofdrol in het toneelstuk Et Dukkehjem (Een poppenhuis) boetseerde naar een levend model, Laura Kieler. Met alle respect voor deze grote schrijver kun je toch niet ontkennen dat hij er furore mee maakte terwijl zijn muze haar goede naam verloor, haar huiselijk geluk, haar zielenrust. Maar Kieler nam revanche.

Lees verder

Magdalene Thoresen: een ‘gekerstende Viking’ die haar hart aan Noorwegen verloor

Ik blijf me erover verbazen dat sommige auteurs na generaties nog gelezen worden terwijl de faam van andere gaandeweg verbleekt, al genoten ze in hun eigen tijd grote bekendheid. Voor het Deense taalgebied zijn wat de negentiende eeuw betreft Thomasine Gyllembourg en (de overigens uit Noorwegen afkomstige) Amalie Skram blijvers gebleken. Op de voet gevolgd door Erna Juel-Hansen en ook wel Olivia Levison.
Maar als je te midden van kenners bijvoorbeeld de naam noemt van Magdalene Thoresen die toch zo’n 20 boeken op haar naam heeft staan, word je met een glazige blik aangekeken. En dan te bedenken dat de filoloog Anton Andersen in een overzichtswerk uit 1896 (zie de kadertekst onderaan dit bericht)1 Magdalene Thoresen in één adem noemde met Skram. Dat deden er meer in die tijd, al klonken er ook reserves: ze kon bij al haar schrijftalent toch ‘niet tippen aan de genialiteit van Skram’.2

Lees verder

Een schurend familietafereel uit 1856

Toneel.
Als het doek opgaat ontvouwt zich als het ware een tableau vivant. Het lijkt of het iconische familieportret dat Vilhelm Marstrand in 1870 van huize Heiberg schilderde tot leven komt.
Op dat schilderij reconstrueerde Marstrand de mogelijke gezinssituatie rond 1845 toen de personages op de toppen van hun roem waren. Johan Ludvig Heiberg, de alom gerespecteerde ‘cultuurpaus’, zijn echtgenote, de fameuze actrice en publiekslieveling Johanne Luise evenals de grande dame van het literaire genre van ‘een alledaags verhaal’, Heibergs moeder Thomasine Gyllembourg. Aan de wand prijkt het portret van Gyllembourg dat Jens Juel rond 1790 van haar schilderde. Een Biedermeier-ideaal van huiselijke vrede. (Over deze personages heb ik al eerder een blogbericht geschreven, zie hier en hier.)

Maar niets is wat het lijkt.

De familie Heiberg bijeen op een schilderij van V. Marstrand (1810-1873), 1870.
Lees verder

Op reis ben je een ander mens

Zomer. Een periode van het jaar die voor velen in het teken staat van reizen, even weg van de hectiek of sleur van alledag. Van grand tour tot weekenduitstapje verruimt die andere wereld je blik als je ervoor openstaat.
Dat was voor negentiende Deense schrijfsters vast niet anders, maar er is weinig van vastgelegd. Een Deense Mary Wollstonecraft heb ik niet kunnen ontdekken. Wel heeft Olivia Levison een paar reisimpressies over Praag, Wenen en Tirol geschreven voor het tijdschrift Nutiden onder het pseudoniem Silvia Bennet. Die reisbeschrijvingen dateren vrijwel zonder uitzondering uit 1880.
Levison laat zich in deze reisverhalen van een verrassend nieuwe kant zien. Normaliter zo zwaar op de hand is hier een erudiete, nieuwsgierig observerende schrijfster met een vlotte, schilderende pen aan het woord. ‘Op reis ben ik een ander mens,’ schreef ze met het nodige zelfinzicht aan Erik Skram.

Het onderstaande fragment is afkomstig uit het reisverslag Herinneringen aan Praag. Hierin begeeft ze zich, ongetwijfeld met een exemplaar van de befaamde Baedeker reisgids in de hand, naar Josefstadt (Josefov), de Joodse wijk in Praag. Wat ze daar zag zal haar met haar Joodse wortels diep geraakt hebben.
Het was het Praag van 1880, nog voordat de toenmalige Joodse wijk op de schop ging en ingrijpend werd gesaneerd. Rijke historie en grauwe menselijke ellende gingen er zij aan zij.

Lees verder

Flair en fantasie in vertalingen van Dien Logeman en Pauline Klaiber

Rond 1900 was Scandinavische literatuur dankzij de frisheid van de taal en het ideeëngoed verrassend populair buiten Scandinavië zelf. Aangezien het maar voor een enkeling was weggelegd die werken in de oorspronkelijke taal te lezen, was er een belangrijke rol voor vertalers weggelegd als ‘cultuurbemiddelaar’. De Nederlandse Dien Logeman-van der Willigen was een van hen. Voor haar uitzonderlijke verdiensten op vertaalgebied ontving ze zowel een Finse als een Deense medaille. Voor het Duitse taalgebied was Pauline Klaiber-Gottschau een coryfee van vergelijkbaar formaat.
Het leek me dan ook interessant om vertalingen van Logeman en Klaiber naast elkaar te leggen. In dit bericht ga ik in op hun vertaling van Inga Heine van J. Blicher.

Lees verder